Hoe drie Syrische broers via Wit-Rusland naar Schinnen kwamen

Foto © ZO-NWS | Yves Lacroix
Gepubliceerd op 16/11/2021 om 14:49
Laatst bewerkt op 16/11/2021 om 15:38

Inmiddels verblijven de eerste bewoners in de noodopvanglocatie op de voormalige legerbasis in Schinnen. In totaal zullen zo'n 450 asielzoekers de locatie voor een jaar hun thuis gaan noemen. Zo ook Sami (echte naam bekend bij de redactie), die samen met zijn broers vanuit Syrië via Wit-Rusland in Nederland terecht kwam. 

De broers komen uit een stad in de buurt van Damascus waar, nu terreurorganisatie Islamitische Staat teruggedreven is, milities gelieerd aan het regime van Al Assad de dienst uitmaken. De milities dwingen bewoners van de stad zich bij hen te voegen. "Het is sluit je aan bij ons, of je bent onze vijand", zegt Sami. "Dood of wordt gedood". Reden voor de broers om te vertrekken. 

Wit-Rusland
De broers weten een visa voor Wit-Rusland te bemachtigen voor zo'n 2600 euro per persoon. De vlucht naar de hoofdstad van Wit-Rusland, Minsk, kost ze ieder nog eens bijna 900 euro extra. Vanuit Minsk nemen de broers een taxi naar de stad Grodno aan de grens met Polen. "Toen we aankwamen in Grodno was de stad overspoeld met vluchtelingen. Syriërs, Irakezen, Afghanen. Alle vluchtelingen die naar de EU willen komen, waren daar". 

Ze vinden al snel iemand die belooft hen naar Nederland te kunnen brengen. In een busje neemt de man Sami en zijn broers mee naar een bos. Vermoedelijk op de grens met Polen. Wanneer ze uitstappen wordt ze verteld in een bepaalde richting te blijven lopen. Daar zou een zwart busje op ze wachten. Dit kost de broers per persoon nog eens 3500 duizend euro. Hun spaargeld is zo goed als op. "Mijn broer heeft zelfs zijn trouwring verkocht". 

De broers lopen ongeveer een dag door het bos. "We zagen de zon opkomen maar ook weer ondergaan", legt Sami uit. Enkele andere bewoners van de noodopvanglocatie waren minder gelukkig. Sami heeft verhalen gehoord van een groep die meer dan twee weken in het bos heeft doorgebracht, moeraswater heeft moeten drinken en boombladeren moest eten om in leven te blijven. 

Naar Nederland
Het zwarte busje brengt ze uiteindelijk in één keer naar Arnhem in Nederland. Hoe lang het precies duurde weten ze niet. "We hebben vooral geslapen in het busje", vertellen ze. 

Eenmaal aangekomen boeken ze hun ticket naar de aanmeldingslocatie Ter Apel om zich als asielzoeker te registreren. Wanneer een van de broers positief op corona wordt getest verblijven ze eerst een week in quarantaine. Daarna worden ze doorgestuurd naar Almere. Nu zitten ze inmiddels een week op de opvanglocatie in Schinnen. 

Noodopvang Schinnen
"Het is hier beter dan in Almere", verteld Sami. "In Almere lagen we in een tent zonder verwarming terwijl het vroor en kregen we enkel een aantal dekens". De noodopvanglocatie in Schinnen daarentegen is goed geïsoleerd en heeft verwarmingselementen ingebouwd. 

Ze zijn blij met de opvang die ze krijgen in Schinnen. Toch lopen zij, en ook andere bewoners, tegen enkele dingen aan. Zo zijn de maaltijden die ze krijgen maar mondjesmaat en niet goed genoeg verdeeld over de dag. "We krijgen onze laatste maaltijd rond half 7, daarna zitten we ons vaak tot diep in de nacht, met honger, te vervelen”. 

Ook krijgen ze nog geen zakgeld omdat de asielprocedure nog niet is afgerond. Het COA deelt spullen als tandenborstels en shampoo uit maar geen sigaretten. Dit terwijl een groot deel van de aanwezigen roker is. De broers lopen daarom af en toe naar de COOP in Schinnen om hun laatste spaargeld aan sigaretten uit te geven. 

Onzekerheid
Of Sami en zijn broers in Schinnen blijven is niet duidelijk. Dinsdagochtend is een grote groep naar een andere locatie gebracht maar waar zij zelf aan toe zijn weten ze niet. "We hebben alleen gehoord dat er een nieuwe groep binnen gaat komen en dat sommigen van ons verplaats worden. Dat is alles".

Reclame

Advertenties