De Bandidos-bijbel: Heroïne mag écht niet

Foto: (c) ZO-NWS
Gepubliceerd op 31/03/2021 om 10:15
Laatst bewerkt op 31/03/2021 om 10:44

Wat mocht volgens de zelfbenoemde en door de politie in beslag genomen Bandidos-bijbel onder andere wél en niet? Dat werd woensdagmorgen tijdens het megaproces tegen de Limburgse tak besproken in de zaak tegen verdachte S., lid van de Bandidos. 

De Bandidos-bijbel. Gevonden door de opsporingsdiensten tijdens het grootschalige strafrechtelijke onderzoek Kievit. Daarin staat volgens de rechter onder andere "expliciet": "wat er ook gevonden wordt aan verdovende middelen, je laat je niét in met heroïne. En zedenmisdrijven ook niet", zo las hij tijdens de zitting voor. 

Tijdens de grote 'klapdag' in deze zaak op 27 mei 2015, toen politie en justitie tijdens een grote actie invallen en doorzoekingen deden in onder andere panden in Oirsbeek, Sittard-Geleen, Nieuwstad en Holtum, vonden de speurders echter een hoeveelheid heroïne in de kamer van verdachte S. 

S., die vastzat van 27 mei tot en met 9 juli 2015, had hier een duidelijke verklaring voor: "U wilt de club erbij te betrekken, maar de heroïne was op mijn kamer gevonden. En die was niet van mij. De hennepplantage was wel van mij, daar neem ik mijn verantwoordelijk voor. U hebt het over de Bandidos-bijbel en zegt dat heroïne niét mag, maar ze hebben bij de club nooit tegen mij gezegd: 'je mag voor de rest wél strafbare feiten plegen'. Zo was het niet."

Advertenties