ACHTERGROND Ontvoeringszaak: kinderporno die niet van vader kón zijn

Gepubliceerd op 8/01/2021 om 12:48

Een langslepende kwestie was het en zal de (vermissings)zaak van Floor en Mees uit Wijnandsrade, ondanks dat de sinds 2014 door hun moeder volgens justitie ontvoerde kinderen inmiddels in Oostenrijk gevonden zijn, voorlopig ook nog wel blijven. ZO-NWS is in dit dossier van langdurig juridisch getouwtrek en over en weer beschuldigen gedoken. Met daarin een vondst van kinderporno, waarover de rechter uitspraak deed. 

De aanleiding voor de scheiding van vader Xander Werres en moeder Miriam A. in 2007 is vermeend kinderpornografisch materiaal dat moeder Miriam op de computer en laptop van vader Xander zou hebben aangetroffen. Voor - de deze week in Oostenrijk overleden - Miriam A. was het in elk geval de belangrijkste reden om weg te willen bij haar man, de vader van haar kinderen. Een gang naar de rechter volgde na een aangifte op 5 november 2007 tegen haar ex-partner bij de politie. De grote vraag was: was de beklaagde Xander Werres verantwoordelijk voor de kinderporno op de computer? 

De betrokken officier van justitie van het OM in Limburg berichtte op 20 maart 2009 aan klaagster Miriam A. ‘dat de zaak niet zal worden vervolgd omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is’. Hierop diende A. op 17 april 2009 een zogeheten klaagschrift (art 12-klachtprocedure) in bij het hof, met het verzoek de vervolging van Xander Werres, vader van Floor en Mees, te bevelen. De advocaat-generaal in Den Bosch schreef in een schriftelijk verslag van 25 juni 2009 aan het gerechtshof echter het beklag af te wijzen.

Het hof in Den Bosch ging hier op 18 december 2012 in het arrest, ingezien door deze omroep, in mee: vader Xander Werres trof geen enkele blaam. Enig bewijs voor iets belastends werd namelijk niet gevonden, terwijl zelfs het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) de betreffende computer intensief had uitgeplozen. Het gerechtshof schreef toentertijd in de beslissing: 'Met betrekking tot de desktopcomputer overweegt het hof dat op grond van het onderzoek geen uitsluitsel is verkregen over de vraag of anderen dan beklaagde in de periode dat de kinderpornobestanden op de computer zijn gezet de beschikking over de computer hebben gehad, waardoor niet valt uit te sluiten dat anderen dan beklaagde de bedoelde bestanden op de computer hebben geplaatst.'

'Voorts heeft het NFI aanwijzingen gevonden dat er in de periode tussen 5 november 2007 en 8 januari 2008 – toen beklaagde niet de beschikking over de desktop had – de systeemklok van de desktop is gemanipuleerd. Hierdoor valt niet uit te sluiten dat de kinderporno door een ander of anderen op de desktop is geplaatst. Met betrekking tot de laptop overweegt het hof dat, uitgaande de hierboven vermelde gegevens, de aangetroffen kinderpornobestanden alle dateren van een datum gelegen vóór het moment waarop beklaagde in dienst trad bij zijn toenmalige werkgever, alsook vóór het moment waarop beklaagde de beschikking kreeg over de bedoelde laptop', aldus het gerechtshof. 

Advertenties