Jeugdzorg zit met Oostenrijkse ‘mores’ in zaak Floor en Mees

foto: iStock
Gepubliceerd op 6/02/2021 om 13:17
Laatst bewerkt op 6/02/2021 om 13:27

Bureau Jeugdzorg Limburg loopt in de zaak van de jarenlang verdwenen Floor en Mees Werres uit Wijnandsrade aan tegen de wetgeving in Oostenrijk. Hierdoor is het nemen van beslissingen over de toekomst van de kinderen, die op 4 januari in Tirol werden teruggevonden, complexer. Dat legt Gerard van de Straat, woordvoerder van Jeugdzorg, uit in een gesprek met ZO-NWS. 

Jarenlang was het drietal voor politie, justitie én de vader van de kinderen onvindbaar. Tot maandag 4 januari, toen de door justitie van kinderontvoering verdachte Miriam A. in het gehucht Litzelfelden, waar het drietal in een appartement van een vakantiehuis ondergedoken zat, plotseling heel ernstig ziek werd. A. moest zelfs gereanimeerd worden en overleed op dinsdag 5 januari in het ziekenhuis van Innsbruck. 

Precies twee weken na haar overlijden werd zij begraven. De inmiddels zeventien- en dertienjarige Floor en Mees verblijven nog altijd in Oostenrijk. Jeugdzorg Limburg heeft in verband met een vechtscheiding al jarenlang de voogdij over de kinderen. “Onze samenwerking met het Jugendamt in Oostenrijk is goed, maar je hebt ook nog met de wetgeving te maken”, legt Van de Straat uit. 

“Het wil niet zeggen dat je als Jeugdzorg de bevoegdheid die je in Nederland hebt, je die dan ook automatisch in Oostenrijk kunt uitvoeren. Daar is de mores anders, en daar moeten wij het mee doen. Je kunt niet als een olifant door de porseleinkast gaan lopen daar", vervolgt de woordvoerder van Jeugdzorg Limburg.

“Het is ons bekend dat de oma met haar partner de kinderen wil adopteren, maar daar vinden wij natuurlijk ook wat van. Wij hebben ons eigen standpunt daarover. En hierover zal iemand in Oostenrijk dan een beslissing moeten nemen. Het is complexer allemaal dus daarom duurt een en ander nu ook al een ruim aantal weken”, aldus Van de Straat. 

Advertenties