Een onveilig gevoel, maar het is prettig wonen in Heerlen: honderd Heerlenaren over de Parkstadwet
Bijna een op de drie Heerlenaren voelt zich onveilig in de wijk waar hij woont. De helft heeft wel eens een conflict gehad met de buren, waarvan het grootste deel door geluidsoverlast. Drugs en jongeren, niet per se in combinatie, zijn ook aanleiding voor gedoe met de buren. Maar meer dan driekwart woont wel prettig in hun wijk. Dat blijkt uit de eerste uitkomsten van een enquête die ZO-NWS heeft gehouden.
Honderd Heerlenaren beantwoordden vragen over de veiligheid en het woongenot in hun wijk.
De invoering van de Parkstadwet is de aanleiding voor de enquête. Streekomroep ZO-NWS wilde weten wat de Parkstadwet voor de inwoners van Heerlen betekent. Volgens verantwoordelijk wethouder Casper Gelderblom is de wet tot stand gekomen dankzij signalen van inwoners. ZO-NWS stak met de enquête de thermometer in de wijken om te horen hoe de Parkstadwet wordt gedragen.
De oproep leverde 100 reacties op. Met een deel van de respondenten namen we contact op, per mail of telefonisch, bij sommige gingen we langs. Het grootste deel van deze steekproef (60%) woont in een van de 19 wijken die via de Parkstadwet aangewezen zijn als aandachtswijken. De wet regelt dat in deze 19 wijken mensen die een sociale huurwoning willen betrekken, op drie punten worden getoetst: op inkomen uit werk, op ‘ongewenste sociaaleconomische kenmerken en op de vraag of het huisvesten van een persoon leidt tot meer overlast of criminaliteit.
Van alle reacties woont het grootste deel meer dan 40 jaar in Heerlen, een vijfde deel is verhuisd naar een andere wijk. Bijna 60% werkt, 13% werkt niet, een kwart is 65 plusser.
De sociaaleconomische samenstelling van de mensen van binnen en buiten de aandachtswijken is in deze enquête nagenoeg gelijk. De gemiddelde woonduur is 19 tot 21 jaar in de wijken en zo'n 31 tot 33 jaar in de rest van Heerlen. De Parkstadwetwijken onderscheiden zich niet van de rest van Heerlen in hoe bewoners hun dagelijks leven ervaren. Wel is er een verschil in hoe onveilig en betrokken ze zich voelen bij het beleid dat op hun wijk gericht is.
Onveilig
Van de deelnemers die de enquête invulden woont 58 procent in een van de 19 Parkstadwetwijken en 41 procent elders in Heerlen. Zowel binnen als buiten de aandachtswijken zegt een substantieel deel zich onveilig te voelen. Binnen de Parkstadwetwijken gaat het om 34% van de wijkbewoners, 20 procent in de rest van Heerlen.
Hoewel er zorgen zijn over de aandachtswijken, zegt 91 procent van de deelnemers uit Versiliënbosch tevreden te zijn over hun woonsituatie. Dat is een hogere score dan de wijken die niet door de Parkstadwet zijn aangewezen. Versiliënbosch is een wijk die al jaren met sloop bedreigd wordt. Je zou voorzichtig kunnen zeggen dat in vergelijking met andere wijken ze zich hier minder onveilig voelen dan in de rest van Heerlen. Ondanks de dreigende sloop zegt 91 procent er met tevredenheid te wonen.
Ook de Passart kent met een lager onveiligheidsgevoel dan de rest van Heerlen (20%), al ligt het aandeel conflicten met buren daar met 83 procent juist fors hoger. In de rest van Heerlen ligt dit percentage rond de 47 procent.
De meeste conflicten gaan over geluidsoverlast (34%). Daarna volgen overlast van jongeren (19,1%) en drugsoverlast (19,1%). In Hoensbroek-Centrum ondervindt een wijkbewoner ‘veel overlast van drugsgebruikers en dealers’. De ander woont er graag, maar vindt alleen de hoeveelheid junkies hinderlijk. ‘Zolang de dealer in de flat blijft wonen, is het gewoon slecht wonen’. Ook in Nieuw-Lotbroek Zuid is het prima wonen, ‘echter de overlast en drugshandel neemt met de jaren juist toe. De buurt verloedert en de gemeente en politie doen niks’, zegt een wijkbewoner. ‘Verschuiven van problemen doen ze nu.’
Ook buiten de aandachtswijken is drugsoverlast een probleem. ‘Er wonen verschillende drugshandelaren’, ‘veel junks in de wijk’ en ‘veel overlast van dealen’, vulden deelnemers als toelichting in bij de enquête.
Agressie, bedreigingen, rommel, verloedering en parkeeroverlast waren andere onderwerpen waar het meest over werd geklaagd.
Wel blauw op straat, geen aangifte
Opvallend vaak komt in de enquête de roep om meer toezicht en handhaving terug: van de respondenten die aangaven wat zij in hun wijk missen, noemt 12 procent expliciet de wens naar meer politie op straat. Tegelijk wijzen andere antwoorden erop dat de politie die er al is, niet doet wat bewoners ervan verwachten. Een bewoner van Heerlerheide Kom stelt kort: ‘Politie komt niet, doet te weinig.’ Een respondent uit Hoensbroek-Centrum omschrijft het zo: ‘Ze zeggen dat er te weinig politie is en de boa's durven hun auto nergens uit te komen. Die boa's escaleren waar niets gebeurt, maar heb je ze nodig, lopen ze letterlijk de andere kant op.’ Ook de reactietijd wordt genoemd: ‘Paar uur na de melding kwam de politie pas,’ aldus een andere respondent.
Een bewoner in Molenberg illustreert dat het probleem verder gaat dan alleen aanwezigheid van blauw of de snelheid waarmee ze na een melding komen. Wie buurkinderen aanspreekt op hun gedrag, krijgt volgens deze respondent te maken met agressieve ouders die dreigen en mishandelen, waarna de politie adviseert geen aangifte te doen, ‘omdat jij het dan alleen maar erger maakt voor jezelf.’ Het beeld wordt bevestigd door een bewoner van de Passart, die getuige was van een vechtpartij waarvan de politie geen proces-verbaal wilde opmaken omdat ‘de angel er inmiddels uit was’. De roep om meer blauw op straat gaat dus samen met de ervaring dat het bestaande blauw incidenten niet registreert.
Parkstadwet
Zo'n 80 procent van de respondenten die de vraag beantwoordden, heeft van de Parkstadwet gehoord. Opvallend is dat de wet bekender is buiten de aandachtswijken (92 procent) dan binnen de wijken die vallen onder de Parkstadwet (72 procent) Een kwart van de bewoners in aandachtswijken denkt zelf te maken te krijgen met de gevolgen van de Parkstadwet. Buiten deze wijken denkt 12 procent dit. Bijna een op de vijf kent iemand die is afgewezen voor een woning door de nieuwe regels van de Parkstadwet. Wie midden in de wijken woont waar de wet op gericht is, blijkt er dus niet per se beter van op de hoogte terwijl diezelfde bewoners zich wel onveiliger voelen en zich sterker geraakt achten.
Op de meeste andere punten verschillen de bewoners binnen en buiten de aandachtswijken nauwelijks. De tevredenheid over het wonen zelf ligt vrijwel gelijk: 80 tot 81 procent woont er prettig. Ook hebben deelnemers uit de hele gemeente contact met de buurt of met de buren. Net zoals er net zo vaak een conflict is met de buren.
Hier kun je meer lezen over hoe de wet in andere gemeenten niet werkte.
Van de wet gehoord
Een derde geeft aan dat de wet is bedoeld om bepaalde mensen te weren: ‘nietsnutten, mensen uit de Randstad of met een bijstandsuitkering, overlastgevers, kansarmen, werkelozen, asociaal volk uit Den Haag.’ Wat de wet daadwerkelijk voorschrijft, blijkt echter bij weinigen scherp op het netvlies te staan: van de 74 respondenten die zeggen de wet te kennen, noemen er slechts twee alle drie de kernvoorwaarden correct: ‘Wanneer je een crimineel verleden hebt, geen inkomsten uit werk of studiefinanciering en korter dan 6 jaar in Heerlen woont, heb je geen recht op een sociale huurwoning,’ aldus een van hen.
Over het nut van de wet lopen de meningen sterk uiteen: waar de een het ‘grote onzin’ noemt, ziet een ander juist een noodzakelijke correctie: ‘Heerlen kan niet alle armoede van Nederland op de schouders van de kwetsbaarste wijken dragen. Onze wijken worden nooit sterker als we de allerarmsten van veel rijkere gemeenten blijven opvangen.’ Persoonlijk voelt de meerderheid zich niet geraakt: 62 procent denkt zelf nooit met de wet te maken te krijgen, tegenover 19 procent die dat wel verwacht, vaak vanwege kinderen die zelfstandig willen wonen. ‘Mijn dochter wil al heel lang op eigen benen staan. Geen woning te krijgen,’ schrijft een respondent. 17 procent van alle respondenten kent iemand, familie of vrienden, die voor een woning is afgewezen.
Signalen
De twee meest gevraagde verbeteringen in de wijk hebben betrekking op jonge kinderen en jeugd: speelvoorzieningen worden negen keer genoemd, gevolgd door oplossingen voor parkeerdruk (zes keer) en de terugkeer van een supermarkt (zes keer). Daarnaast wil men meer groen en meer bankjes. Individuele respondenten noemen uiteenlopende, kleinere wensen: een busverbinding, verlichting van wandelpaden, een gezellig terras. Bij de bankjes valt op dat de wensen elkaar tegenspreken, waar de een vraagt om meer bankjes en een speeltuin, wil een ander in Heerlerheide Kom juist ‘minder bankjes, trapjes e.d. waar jeugd samenkomt hangen.’
Overwegend tevreden
Ondanks de zorgen over de leefbaarheid in Heerlen, vindt een flinke meerderheid -80%- het prettig wonen in Heerlen. De rust, het groen, de korte afstand tot voorzieningen en ook goede sociale controle zijn genoemde redenen voor de woontevredenheid.
Henk en Truus zijn twee tevreden bewoners van De Passart. Ze wonen er al 53 jaar en zijn niet van plan ooit weg te gaan. Hun ouders kwamen tijdens de oorlog voor het werk naar Heerlen; zij bleven. Henk was ooit prins carnaval. Zelf gaan ze er inmiddels nauwelijks meer op uit. ‘We gaan alleen nog naar de kinderen, het is goed zo,’ zeggen ze. Die kinderen wonen op loopafstand. ‘Op ons stukje gebeuren geen rare dingen.’ Op de vraag wat het verschil is met vroeger, hoeven ze niet lang na te denken: de oranje versiering. ‘Vroeger hingen overal oranje vlaggetjes tijdens een WK.'Dat is nu niet meer.’
Wil je meedoen aan de enquête? Vul ‘m hier in!
Dit artikel is onderdeel van een onderzoeksproject naar de effecten van de Parkstadwet. Het project wordt gefinancierd door Stimuleringsfonds voor de Journalistiek (SVDJ).
Dit is het vierde deel van ons onderzoeksdossier over de Parkstadwet. In de komende maanden onderzoeken we de effecten in de praktijk: voor bewoners, voor verhuurders en voor de wijken zelf. Heb je een tip? Mail het ons: redactie@zo-nws.nl
ZO-NWS hecht als streekomroep veel waarde aan onderzoeksjournalistiek. We richten ons op zaken die om kritisch en diepgravend onderzoek vragen. Verhalen waarbij het gaat om het signaleren van misstanden, het volgen van geldstromen en het controleren van de macht. Onderzoeksjournalistiek komt ook om de hoek kijken bij het analyseren van trends en het inzichtelijk maken van ingewikkelde zaken, bijvoorbeeld lange politieke processen of rechtszaken.
Meld u aan en doe mee in het ZO-NWS Parkstad Opiniepanel!
Via het opiniepanel kunt u uw mening geven over allerlei actuele en relevante onderwerpen. ZO-NWS gebruikt uw meningen en adviezen voor journalistieke uitingen. Ook kunnen de uitkomsten van het panel gebruikt worden in onze radio- en televisie-uitzendingen. Iedereen die in de regio Parkstad Limburg woont en 18 jaar of ouder is, kan zich hier aanmelden.
-----
Heb jij een nieuwstip voor onze redactie of een opmerking?
Stuur ons een e-mail of vul het contactformulier in.