Bandidos-proces: “Was het handig in Oirsbeek iets met motorclub te beginnen?”

Foto: (c) ZO-NWS
Gepubliceerd op 14/04/2021 om 12:12
Laatst bewerkt op 14/04/2021 om 12:30

In het megaproces rond motorclub Bandidos werd woensdag bij de rechtbank het plegen van valsheid in geschrifte behandeld. Dit had te maken met een vermeend clubhuis aan de Provinciale weg Zuid in Oirsbeek. Verdachte Frans van der L. zei hier niks van te weten. 

Was er nou sprake van een Bandidos-clubhuis in het hoekpand op de doorgaande weg in Oirsbeek waar op 27 mei 2015 tijdens een grootscheepse politie-actie door Zuid-Limburg een inval plaatsvond? Dat was de grote vraag tijdens het verdere verloop van het Bandidos-proces. Justitie denkt van wel en de rechter wilde er meer van weten. 

Volgens verdachte Frans van der L. heeft het Openbaar Ministerie (OM) het bij het verkeerde einde. Dat er weliswaar motoren, consumptiebonnen en contant geld werden gevonden, daar had Van der L. geen uitleg over. 

Officier van justitie Michiel van IJzendoorn vroeg Van der L. “of het nou wel zo handig was geweest om iets met motorclubs te beginnen in juist een plaats als Oirsbeek?” “Daar werden immers in het verleden drie leden van de Hells Angels in een clubhuis vermoord, wist u dat niet?”, zei de aanklager. 

Frans van der L. antwoordde met gedempte stem dat hij dat “in het nieuws had gelezen”. Maar van een vestiging van een nieuw clubhuis in Oirsbeek, daar was volgens hem geen sprake van geweest. “Ik zag het gewoon als een bedrijf waarmee ik omzet wilde gaan draaien en niet als een clubhuis. Dat was mijn bedoeling helemaal niet.” 

Marco H., medeverdachte in deze zaak voor wat betreft het plegen van valsheid in geschrifte en tevens vice-president van de Bandidos, zal later hierover gehoord gaan worden door de Maastrichtse rechtbank. Hij zit namelijk sinds kort vast in België in verband met een groot drugsonderzoek. 

De eisen van het OM in het gehele Bandidos-proces volgen nog op een andere zittingsdag. 

Advertenties